
Coen van Zwol is naar Tomsk afgereisd, ‘het Athene van Siberië’. Alwaar de inwoners een speciale band blijken te hebben met Anton Tsjechov, en vice versa:
Het is een dorre, dronken stad. Er zijn absoluut geen knappe vrouwen en de minachting voor rechtvaardigheid is waarlijk Aziatisch. De stad is alleen opmerkelijk omdat er zoveel gouverneurs doodgaan.



