Farm to Crafts (FC) Curaçao

De FC – Werkplaats op Hofi Cas Cora

‘Farm to Crafts’ (FC) op Curaçao is geïnitieerd door circulair ontwerper Cleo de Brabander. Ze ging hiervoor een samenwerking aan met product ontwerper en landbouwer Gino Martina, en milieu-wetenschapper Cindy Eman. FC zoekt oplossingen voor uitdagingen waar kleinschalige landbouwers mee te maken hebben op het eiland. Met het project wil FC de maak-economie op het eiland versterken. De organisatie kiest voor een toekomstgerichte benadering zonder de relatie tussen landbouw, ambacht en koloniale geschiedenis en de effecten daarvan te vergeten (op de website kan je wat lezen over het historisch perspectief). FC werkt verder samen met Journalist Nelly Rosa die gedurende het traject onderzoek naar deze relatie.

De missie van Farm to Crafts is om aan een breed publiek te laten zien dat landbouw een bron blijft van waardevolle grondstoffen, wat perspectief biedt voor een creatiever, duurzamer en minder afhankelijk Curaçao. FC werkt hiervoor samen met verschillende lokale partijen, en (internationale) ambachtslieden en ontwerpers die residenties volgen en workshops geven.

Ik volg FC al vanaf het begin, weer op Curaçao bel ik haar om een afspraak te maken om te zien hoe het met het project gaat. Doet ze misschien iets in de periode dat ik hier ben waar ik aan kan deelnemen?

Ik heb geluk ze organiseren een workshop in het maken van ‘borsteltjes’ van vezels van bananenboom bladeren. Al die borsteltjes gemaakt door ‘vrijwilligers’ die naar de workshops komen moeten uiteindelijk samen een groot vloerkleed worden. Een ‘product’ bedacht door Lena Winterink een ontwerper in residentie bij FC afgelopen november 2025. Ik meld me aan en ga naar Hofi Cas Cora een van de lokale partners van FC die het project een werkplaats aanbood (zie openingsfoto) waar ze ook workshops organiseren en ze kregen een stukje land om gewassen te verbouwen waarmee ze werken. Naaast gewassen voor vezels ook o.a. indigo voor pigment. Ik ga op zoek naar de creatief in mezelf… (kansloos maar toch…)

Nelly Rosa (2e van links) en Gino Martino (1e van rechts)

Felix Etienne (midden)

Cleo de Brabander (1e links) en Cindy Eman (midden)

Stoelzitting in wording

Ik ontmoet behalve de Brabander ook teamleden, Martina, Eman, en Rosa die allemaal aanwezig zijn. En ik ontmoet Felix Etienne een lokale meubelmaker (hij heeft zijn werkplaats op Westpunt) die meubels maakt en antieke meubels restaureert. Zo vertelt hij dat hij een aantal meubelstukken van de gouverneur aan het restaureren is. FC is in gesprek met hem en heeft hem uitgenodigd om te kijken in hoeverre de vezels die zij maken van lokale gewassen zoals Bananenbomen en ook Sanseveria (slangenplant) gebruikt zouden kunnen worden. Een toepassing zou kunnen zijn de rieten zittingen in antieke stoelen.

Terwijl wij borsteltjes maken is de Brabander onder supervisie van Etienne bezig met dezelfde vezels een stoelzitting te maken in het een ieder vast bekend patroon. Etienne en FC praten ook over het door hem geven van trainingen hierin, het is een ambacht dat dreigt te verdwijnen. Ik vertel ze, en deel de informatie, van soortgelijke initiatieven die ik tegenkwam tijdens mijn onderzoek in het Caribisch gebied op Puerto Rico en in St. Croix waar jongeren opgeleid worden in traditionele ambachten. Niet alleen om de ambachten te behouden maar ook om werk te generen voor jongeren zoals een leerproject voor jongeren voor het restaureren van meubelen en monumenten (CHANT /Frandelle Gerard in St. Croix). En er zijn diverse initiatieven voor het vertalen en transformeren’ naar moderniteit voor gebruik in hedendaagse architectuur, ontwerp en kunst (o.a. Escuela de Oficios / Jorge Gonzales in Puerto Rico).

Een paar dagen later ga ik nog een keer om te kijken hoe ze bananenbladeren deels machinaal verwerken tot vezels en pulp. De vezels, dan gedroogd, gebruikten wij in de workshop om die borsteltjes te maken.

Van pulp dat overblijft en opgevangen wordt onder de machine maken ze papier (daar hebben ze ook een workshop voor). De Brabander vertelt me dat er alsnog veel te veel pulp overblijft bij het vezels maken. FC onderzoekt andere bestemmingen. De pulp is vruchtbaar en kan als mest gebruikt worden voor landbouw. Hofi Cora, de locatie waar ze werken, is een boerderij dus dat lijkt een voor de hand liggende eerste klant. Het blijkt ook heel gezond als extra voer voor dieren. FC is nu aan het uitzoeken hoe ze er brokjes van kunnen maken en of daar interesse voor is op het eiland en ze wellicht een pilot kunnen doen. In hun onderzoek en proces vinden ze het noodzakelijk dat ze verschillende manieren vinden waar alles gebruikt en evt. hergebruikt kan wordt en er nooit iets overblijft.

Het handmatige ambachtsproces is tijdrovend. Om ontwerpen te maken dat materiaal, materiaalverwerking, en een maakproces hebben dat minimaal kostendekkend is, is een uitdaging waar FC veel over nadenkt, onderzoek doet ook in de regio, en experimenteert. Op het moment werken ze met vrijwilligers en er wordt gemaakt in de workshops. Ik ben zelf het beste voorbeeld hoe tijdrovend het is, in de twee uren die de workshop duurt maak ik precies twee borsteltjes (zie foto ergens hieronder). Nou ben ik de eerste die toegeeft dat mijn creatieve maakkwaliteiten ver beneden peil zijn (niet aanwezig zeg maar).

Er is een groeiende groep mensen (ik incluis) die steeds meer de urgentie en noodzaak ziet voor het zoeken naar lokale alternatieven voor producten nu gemaakt elders met materiaal van elders en/of ecologisch problematisch en negatief met een vaak korte levensduur (ook omdat we dan weer iets nieuws willen) en een langdurige negatieve nalatenschap (afval, giftig, niet afbreekbaar, ruimte innemen, etc.). Het belang van het werk wat hier (en elders) op dit gebied gebeurd is belangrijk, voor het voortbestaan van het ecosysteem en dus van ons.

Ja, het is tijdrovend en kost geld, en er is op dit moment (nog) geen ‘verdienmodel’ (om het vloekwoord maar te gebruiken). Maar in alle industrieën wordt geïnvesteerd in onderzoek en ontwikkeling, in experiment, in innovatie, in de toekomst. Zo duurt het ontwikkelen van bijvoorbeeld een nieuw farmaceutisch of technologisch product decennia of langer en kost miljarden. Het onderzoek en de ontwikkeling leveren niet altijd resultaat op, of een onverwacht ander resultaat dan verwacht. De investering wordt niet altijd terugverdiend. Een groot deel van de wereldbevolking heeft helemaal niets aan het product, of krijgt er nooit toegang toe, of nog erger bij succes wordt de mens er overbodig door. Toch gebeurt het, we blijven onderzoeken, ontwikkelen, we blijven nieuwsgierig en zoeken want dat is hoe we ontdekken en hoe we (her)(uit)vinden.

Ook dit kleinschalig onderzoek zal tijd nemen en heeft investering (geld en anderszins) nodig. Toch draagt het nu in de beginjaren al bij aan noodzakelijke bewustwording van onze individuele rol in het ecosysteem en klimaat, de waarde van erfgoed en ambacht, en het belang van gemeenschap en samenwerking. Het zet aan tot een nadenken over lokale alternatieven en investering in lokale maakeconomie (niet onbelangrijk nu de globale economie geconsolideerd wordt en er van de groep die nog aan boord van de boot ontspannen aan een cocktail zat te lurken er velen overboord gesmeten (gaan) worden).

Het experimenteren inspireert alle betrokkenen tot inventief zijn en dus tot innovatie als het gaat over gebruik en hergebruik van natuurlijke materialen die geen onoplosbare problemen geven in de toekomst (zoals plastic) maar weer (her)opgenomen worden in het ecosysteem (pulp als mest of krachtvoer) waar ze al onderdeel van waren. Het inspireert tot kunst en creatie en spreekt daarmee tot verbeelding. De verbeelding en het irrationeel zijn, is het weinige dat ons als mensen (nog) rest wat ons onderscheid van kunstmatige intelligentie, het is ons bestaansrecht. Reden te meer om de waarde van projecten zoals Farms to Craft, en kunst meer algemeen, te blijven zien, aan te blijven bijdragen en in te blijven investeren.

Ik blijf wat FC hier op Curaçao doet dan ook met de grootste interesse volgen en draag daar van ganzen harte mijn borsteltje(s) aan bij wanneer en hoe ik kan:

FARM TO CRAFTS
Hofi Cas Cora
Reigerweg Z/N, Willemstad
Curaçao
E: hello@farmtocrafts.com
W: farmtocrafts.com
Open: check de website of neem contact op

CLEO DE BRABANDER (Curaçao) studeerde aan de Design Academy in Eindhoven en wijdt haar energie aan het laten herwaarderen van de dingen die we dagelijks gebruiken en consumeren via ontwerp. Na bij Studio Droog te hebben gewerkt aan een reeks samenwerkingen, waaronder het Van Gogh Museum en het Rijksmuseum richtte ze haar eigen ontwerpstudio op en leidde ze de ‘Designing Perspectives Foundation’, die sociale designprojecten initieert zoals 100 Opheto gepresenteerd op DDW (2021) een samenwerking met Joeri Oltheten. In 2020 keerde ze permanent terug naar Curaçao. Ze is de initiator & Creative Director van ‘Farm to Crafts’ (FC) haar tweede bottom-up project dat zich richt op het versterken en verbeteren van de culturele infrastructuur op Curaçao. Met FC hoopt ze bij te dragen aan een duurzame en creatieve landbouw- en ambachtssector op Curaçao. De Brabander is een van de winnaars van de ‘WDCD Clean Energy Challenge’ (2018), zat in de selectiecommissie voor de ‘Make it Circular Challenge’ (2023) en is scout voor het Stimuleringsfonds in Caribisch Nederland (2026).

HOFI CAS CORA is een ‘boerderij naar tafel’ concept op het eiland Curaçao. Ze zijn niet zomaar een boerderij, ze zijn niet zomaar een brunchplek. Ze voeden, creëren, inspireren, en bouwen een gemeenschap. De boerderij verbouwt een grote verscheidenheid aan gewassen met biologische principes. Van minimale bewerking, inter-cultuur (een vorm van polycultuur) tot vruchtwisseling verbouwen ze meer dan 15 verschillende gewassen tegelijk op een veld.

Foto copyright: Sasha Dees/Trendbeheer en/of publiek domein en/of met dank en toestemming van kunstenaars/ontwerpers, geportretteerden, en locaties/organisaties voor ongelimiteerd gebruik voor online gebruik op Trendbeheer.

Be the first to comment

Leave a Reply

Your email address will not be published.


*