15 Responses

  1. Jesse says:

    Interessant; maar is het plan de (zonen van) de gastarbeiders ook voorgelegd? Ik kan me voorstellen dat het kan worden begrepen als tweedehands en als opgescheept worden met een afdankertje.

  2. OG says:

    Als Gabo niet doorgaat: Henry Moore liet baksteen mestelen op het Weena – op de nominatie voor de sloop. Mooi metaforisch: bouwen / baksteen / opbouwen —> gastarbeidermonument! Geen extra kosten wel nieuwe duiding.

  3. JV says:

    Is dit serieus? Lees als een sketch van het simplisties verbond anno 1980… Een Nationaal Belastingbetalermonument lijkt me ook een goed idee. (Neenee, geen subsidiegrappen.)

  4. Mady says:

    Reactie op Jesse van 5-12-2010: toen het plan werd gepresenteerd aan de initiafnemers (zonen van de eerste generatie gastarbeiders), waren zij tot tranen toe geroerd. Zij hebben het plan van Hans van Houwelingen en Mohammed Benzakour vanaf dat moment gesteund.

  5. Nous Faes says:

    Schattig Mady. Maar opvallend is toch die competentiestrijd tussen IBC en CBK waar het verslag van rept. BKOR zal de opdracht uitgezet hebben en komt in het vaarwater van IBC. Beiden zijn formeel onderdeel van het CBK, maar willen eigenlijk niet met elkaar om de tafel? Chapeau!

  6. djs says:

    De actie is uiteindelijk het monument, wat in feite niks verandert aan het uiterlijk, de waarde of betekenis van het werk van Gabo. Als ik met een een paar immigranten de sirtaki doe rondom het beeld en het uitroep tot monument van de broederschap neemt niemand mij toch serieus? Er verandert dan toch ook niks aan het beeld, dus waarom zou dat wel het geval zijn als het gepoetst wordt? Dit is toch gewoon restauratie ongeacht wie het uitvoert? Het plan is prima, de discussie is onzinnig en het stukje stemmingmakerij.

  7. JS says:

    Ik heb hier allerlei diepe gedachtes over maar geheel in lijn met het jaargetijde komt de term ‘Zwarte Piet’ telkens in me opborrelen.

  8. djs says:

    @JS Staakt uw wild geraas!

  9. JS says:

    @djs
    die redenering dat het niets verandert aan het beeld is toch niet vol te houden? wanneer dit een Nationaal Gastarbeidermonument wordt is toch de gehele Gabo tot drager van die nieuwe betekenis geworden? Het is van Houwelingen toch niet slechts te doen om een dienstige taak aan het beeld maar om een nieuwe van Houwelingen te maken?

  10. djs says:

    “kunstenaars maken nou eenmaal kunstwerken.”

    Het gaat er om dat zijn actie het monument is en niet het beeld zelf. Het werk aan het beeld is het beeld.

    Los van de actie bestaat het idee van het gastarbeidersmonument niet in de toekomst.

  11. JS says:

    Okay. Mooi compromis. De ingreep is maar tijdelijk, probleem feitelijk niet bestaand en het beeld weer mooi.

    Heerlijk flegmatisch.

  12. djs says:

    Goed, we zijn het eens. Plan uitvoeren dus.

    Wat bepaalt overigens de betekenis van een beeld? Intentie van de maker, context, vorm, relatie tot omgeving, tijdgeest toen het gemaakt werd/nu, geschiedenis..?

  13. JB says:

    Verslag LOKO Rogier Brom bij Metropolis:

    “De discussie wordt vrij fel naarmate meer persoonlijke frustratie naar boven komt en blijkt dat dit de eerste keer in het hele proces is dat alle partijen in een ruimte bijeen zijn.”

    http://www.metropolism.com/reviews/loko-in-town/

  14. JS says:

    De vraag die in het begin van het artikel gesteld wordt (Kunstbeeld Floor Tinga) of de originele bedoeling van de maker van een beeld intact zou moeten blijven of dat het een andere betekenis kan krijgen is een retorische zet. Een beeld heeft zelden in de perceptie van een publiek/kijker de originele betekenis die de maker erin gelegd heeft. Het is juist de interactie tussen beeld, maker en kijker die de betekenis fluide en onstabiel maakt. In die zin is een beeld evenzeer van de maker als van de betrachter. Schrijver weet dat natuurlijk wel maar het dient om de geesten rijp te maken voor de idee dat het dan ook door van Houwelingen als artistieke daad geformaliseerd kan worden als kunstwerk. Stemmingmakerij.

    Wat is dat voor dwanggedachte dat alle beelden een collectieve aandacht vereisen? Zijn alle beelden dan intentioneel monumenten die gemaakt zijn om het ‘collectief’ te bedienen? Of is dat een een retrospect aangeplakte wensgedachte en een handige overkoepelende cultuurbeschouwelijke vondst om kunst in de openbare ruimte van een gemeenschappelijke noemer te voorzien waarvoor termen als collectief en erkenning worden opgetakeld?
    En wordt het ‘collectief’ wel bereikt wanneer dit plan doorgang vindt of is er een nieuwe beperkte doelgroep bedient op het karkas van een zogenaamd overleden beeld dat zou ‘hunkeren’ naar aandacht? Hetgeen overigens tegelijkertijd wordt tegengesproken: het beeld wordt bedeeld met allerlei namen, die zoals degenen weten die bekend zijn met het Rotterdamse, uitingen van affectie zijn. Dat er voor het beeld geen fondsen gevonden worden om het te restaureren is niet direct een bewijs voor een gebrek aan waardering ervoor. Dat is een te gemakkelijke conclusie. Het veronderstelt een gemeenschappelijke gevoelde verantwoordelijkheid voor de beelden in de openbare ruimte, een communaal beheer van onze openbare ruimte. Dat dit besef er niet is, kan jammer worden gevonden. Maar je kunt ook erkennen dat het wellicht een romantische utopie is die voortvloeit uit eigen projecties.

    Zou het overigens erg zijn wanneer een beeld sterft en er voor de bedoelde intentie geen publiek meer is?

    In het voorstel van van Houwelingen wordt van het beeld pas voor het eerst een ‘monument’ gemaakt met een geheel andere inhoud dan de maker voor ogen had. De kunstenaar weet zich altijd overgelaten aan het bestuur of het publiek die beoordelen of zijn werk wel of niet een ‘monument’ is, wordt of kan blijven. Ik weet niet of Gabo gecharmeerd zou zijn indien deze keuze gedetermineerd wordt door een andere kunstenaar die uitgaat van een bepaalde monumentale waarde die het werk in de ogen van die kunstenaar is gaan vertegenwoordigen. En waarvanuit volgende stappen ondernomen kunnen worden volgend uit het artistieke denken van de ‘aanpassende’ kunstenaar. Geen van deze artisiek inhouden waren aannemelijk aanwezig in de overwegingen van de maker.

    Er zit iets eigenaardigs en bijtends aan het plan. Indien zoals gesuggereerd wordt het werk van Gabo in feite geen publiek meer heeft en het wordt gereanimeerd door een ‘erkenning’ ontberende groep (die voor het gemak maar representatief genoemd wordt en zich bedient van simplificaties: wij voelen ons niet erkend. En wij zijn die wij dan? De groep ‘zonen en dochters’ van immigranten kan nauwelijks eenduidig geformuleerd worden, noch hun niet erkend-zijn noch dat dit plan zal leiden tot een door de groep gevoelde reparatie.) zal het een daad van wraak zijn: er wordt tenslotte iets overeind gehouden dat eigenlijk niet gewenst is. De ‘niet erkenden’ onder aanvoering en regie van van Houwelingen richten een negatief beeld op, een zwart gat van verwijt en rancune. There you go, live with your abandonded child for yet another 100 years. Dan wordt het niet een culturele restauratie maar de wraak der verschoppelingen.

    De kunst van van Houwelingen kenmerkt zich doorgaans doordat het een brug wil zijn tussen verschillende partijen, en daarin slaagt hij vaak erg goed. Deze keer is 1 partij per definitie niet aanwezig om weerwoord of om input te geven en verwordt het willen gebruiken van Gabo’s beeld tot een manipulatie naar eigen inzicht. Het is bonton en hip om modernistische kunst om te katten naar de vereisten van nu: “die tijd is geweest, heeft niet de belofte waar gemaakt en is gestoeld op aannames die ontmaskerd, herijkt of gerepareerd, dienen te worden.” Op zich een erg modernistische methodiek overigens.
    Deze bedoeling zal de maker wellicht niet hebben maar die indruk ontstaat nu wel. Hier kruisen cynisme en onverbloemde politieke correctheid.

    Het is een spannende gedachte om een beeld van een kunstenaar definitief van zijn signatuur te scheiden en het te beschouwen als eigendom van het publiek, maar juist deze gedachte stoelt op een bepaalde artistieke gedachte die botst met die van Gabo. En daarin schuilt de intentie van het werk: het wil kunstwerken bestempelen als algemeen cultuurgoed daar ze onderdeel zijn van de openbare ruimte, en omdat ze openbaar kunstbezit zijn mag/dient de verdere invulling en ontwikkeling ervan ook onderwerp van de gemeenschap zijn. Het is een vingerwijzing om verantwoordelijkheid op te nemen voor het gemeenschappelijke. Hoe onbaatzuchtig en universeel als deze gedachte ook klinkt, het blijft een particuliere visie/mening van van Houwelingen die het beeld zal bezetten en de signatuur van Gabo vervangt door die van van Houwelingen. Bodysnatching als hoogste vorm van gemeenschapsdenken. Met de ‘tweede-derde generatie’ zwarte pieten als dienstige poetsers en bodes van de boodschap van Sint Culturele Restauratie.

  15. djs says:

    @JS Knap stukje. Ik ga er over nadenken.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *