
Hans den Hartog Jager beamt werk van de Vlaamse kunstenaar Benq.
Een fantastische tentoonstelling vol mager werk. Internationaal doorgebroken kunstenaars, nationale helden en jong talent onder pseudoniem: nieuw werk met gans andere glans.
Afgelopen donderdagavond met lezing Hans den Hartog Jager over naamsbekendheid, status, roem, context, interpretatie en rumoer middels spannende wie-kent-kwis in een stampvolle nestruimte.
Een fantastisch tentoonstelling omdat het concept de zinnen prikkelt, aanzet tot nadenken. Het werk dat er te zien is, is zonder uitzondering ‘niet al te best’. Van jeugdwerk tot pastiche.
Een conclusie zou kunnen zijn: een kunstenaar kan maar beter eigen werk maken, in plaats van ander werk, niet voor niets onder pseudoniem.
Verandert de interpretatie, als je weet wie de makers zijn?

Vlnr Joncquil, Philip Akkerman, Melle de Boer

Marcel van Eeden hangt foto’s.

Een van de meest geslaagde installaties is van de hand van Ton Schuttelaar die een Navid Nuur doet.


Margareth Doorduin doet Ruud van Empel.

Ellen Rodenberg pakt groots uit.

Hans den Hartog Jager beamt een opzichtig glitterende schedel. ‘Van wie is dit werk?’ (Vier punten.)



Jeugdwerk van Ronald Ophuis

Ook Diederik Gerlach toont jeugdwerk.

Nog te zien tot 11 januari.




