Lee Ranaldo @ Museum ’t Schippershof, Menen

In ’76 nog een kunststudent, om dan sinds ’81 met de legendarische ambitieuze New Yorkse band Sonic Youth dertig jaar de rock’-n-rollwereld rond te vliegen en felbegeerde concerten te geven waar weinigen hun gelijke van kennen. Samen met Thurston Moore, Kim Gorden en Steve Shelley vormde hij als gitarist dit zalige(r) noicekwartet en blijven hun muzikale creaties still alive and kicking all over the world.

Van in het begin waren ‘beelden’ belangrijk voor hun muziek. Om te beginnen voor hun album covers. Sla er maar eens hun discografie op na. Al deze kunstenaars zetten reeds een stempel – kunstwerk – op hun covers : Gerard Richter (‘Daydream Nation’), Raymond Pettibon (‘Goo’), Richard Prince (‘Sonic Nurse’), Jeff Wall (‘The destroyed Room’) en Mike Kelley (‘Dirty’).

En neen, de covers werden niet lukraak gekozen, er moest wel degelijk een resonantie tussen het beeld en hun muziek zitten.

Over naar Lee: sinds het opdoeken van de cultband – al is hij nog steeds overactief met zijn groep Lee Ranaldo And The Dust – is er nu meer tijd voor ‘Dé beeldende kunst’.

advertentie(s)

Kunst, muziek en taal zaten er al van jongsaf in. In zijn jonge jaren – voor mij is hij nog altijd jong (knipoogt) – maakte hij al on the road tekeningen als hij in de bestelwagen van zijn vriend zat, tegenwoordig zijn ‘Lost Highway-series’ genoemd. Ook toen was hij toen al gretig aan het etsen (intaglo etching).

Zich bewust zijnde dat iedereen altijd maar on the road voorbijrijdende snelwegen en landschappen ziet, stelde hij zich de vraag hoe zo’n bewegend landschap weer te geven. Hijzelf vergelijkt het met proberen een stromende rivier te tekenen, met eerst tekenreacties die gestueel zijn, dan lijnvoeringen die de horizon volgen, alsook the curve of the road and shapes of the trees.
Hij vindt dat de wereld al zo snel beweegt en door handmatig iets te maken – beeldende kunst dus – lijk je het te vertragen. Een reden waarom hij ook gaat wielrennen en tennissen. Toch een leuk weetje.

Als ik hem in een interview met mezelf in 2014 (zie mijn blog) vroeg waarom die landschappen na dertig jaar nog altijd een bron van inspiratie zijn, antwoordde hij:

‘From Hank Williams’ “Lost Highway” to Bob Dylan’s “Highway 61 Revisited”, from Kerouac’s “On The Road” to Herman Hesse’s “Siddhartha”, from “Easy Rider” to “Weekend”, there are songs and films, images and stories based on the allure and transformative qualities of The Road as metaphor (but also as actual hard fact, standing by it’s side with thumb extended, for instance). It’s a natural medium and format to symbolize any quest you have in mind.

To get from here to there, from New York to L.A., to get away from something, to find something, to move towards freedom, away from responsibility -‐ so many dreams, thoughts and emotions can be encapsulated in the image of the open road. For a traveling musician the qualities of the highway are further reinforced (for both good and ill), just from spending so much time staring at it on the way from one gig to the next.

An iconic image of modernity, and of the automobile, certainly, but dating back to the earliest dirt paths the idea of ‘road” was about movement and freedom. The very word ‘path’ implies a quest…’

Als ik opmerk dat die road drawings mij een puur staaltje concentratie lijken zonder het een hit and miss lijkt – want je voelt die bewegende energie ook in die tekeningen – kreeg ik als reply:

‘They are hit and miss because they are improvisatory creations, like a free music concert. I’m trying to work quick and gesturally, trying to capture something that is in motion (“always different/always the same”).

From the moment the first mark is made the image before my eyes has changed and keeps changing. That is the challenge, to try and capture the feel of a place, partially thru observation and partially thru intuition and memory. It’s exciting and a sort of game.

Once a new white sheet is placed on the dashboard I know that I’m going to have to generate a very focused energy from the moment I make the first mark. If I’m too slow I lose steam almost immediately.

So in the heat of the attempt the vision is sometimes lost in pure frenetic energy, but when I’m on a roll I can turn out a bunch of good ones in a row, when I have the ‘Zen Mind’ to just follow the graphic and let the image in front of me transfer thru my hand to the page.

On a very base level it’s a great way to pass the time on long rides, it makes the journeys endlessly interesting.I’ve always loved landscape painters anyway. This activity (drawing the moving road/landscape) is a subset of that activity …’

Landschappen zijn vaak rustgevend. Ik vroeg hem wat hij door hen te tekenen, hoopt te bereiken? Want hij tekent ze niet om zijn gedachten te stoppen, maar net om het tegenovergestelde, lijkt mij.

‘I suppose I use the landscape and the act of trying to interpret it as a springboard toward questions of place and time, and how I locate myself in the mix.’

Ik vroeg hem of het tekenen hem een soort gemoedsrust geeft. Of het een soort tegenwicht is tegen de (luide) gitaar? Muziek spelen doe je ook veelal een groep, maar je kunt de akoestische gitaar ook thuis oefenen. Wat is voor hem het grootste verschil tussen een gitaar en een potlood?

‘They are different mediums but both are vehicles for creative expression. Sometimes one plays off the other, sometimes they inform each other. One is more private and quiet, the other louder and more public (performing). I think for me both are useful in unlocking my creative urges. Sometimes I gravitate more towards one side and give that the greater focus, and then if things slow down I can move laterally to another medium…’

Maar over naar de recensie!

Lee Ranaldo performance, Gent

Op uitnodiging van curator Jan Van Woensel kreeg Lee een duo-expo : ééntje in zijn Belgische stamgalerie Jan Dhaese in het Oost-Vlaamse Gent en een museumtentoonstelling in het West-Vlaamse Menen.

In de galerie werden onder de wel erg letterlijke noemer ‘New Works’ werken – tekeningen/schilderijen – van soms net twee weken oud opgehangen. Alleen de academisch getinte portretten van Joni Michell en Chuck Berry is voor mij het enige minder goede nieuws.

Zijn recente Lost Highway tekeningen die hij de laatste maanden ontwikkelde, zijn nog altijd mijn favorieten. We zien mooie als één geheel zijnde ‘landschapscompositie’ van wel vijvenvijftig A4’s tegen de muur, alsook grotere A3’s, ingekleurd met een helblauw zoals Lee ze zelf (humoristisch) ‘Lee’s Blue’ noemt … Ik heb al tal reeksen gezien, maar kan me er nog altijd heerlijk blijven in bewegen…

Ook van zijn ‘drypoint prints’ and ‘relief rolls of scratched vinyls’, zou ik er thuis wel elke dag met graagte enkele zien hangen.

Deze geslaagde expo is visueel rustiger aangepakt dan de expo in Menen, maar dan is dan ook heel anders aangepakt als concept, in Menen …

In het museum van Menen kon Ranaldo zich samen met curator naar hartenlust uitleven met werk van ’77 tot nu.

Typische kenmerken van Lee’s werk is volgens curator (van beide expo’s) Jan Van Woensel, de snelheid en directheid die zijn werk typeert, alsook het do-it-yourself-karakter. Voor hem is het een universum van Lee-veruitwendigingen. Bij de opbouw werd het dan ook bijna Lee’s atelier. Het ‘vuile’ van de 90-er jaren grunge zit er nog in, alsook de aanwezigheid van de noise.

Veertig jaar beeldend werk dus. Al is ‘het woord’, de (song)poëzie, ook aanwezig. En less is more is hier niet van tel! We zien op het ‘kwalitatief plastisch-label’, werk gaande van iets te zwak naar héél sterk. Maar willen we alles hebben gezien? Ja! Want dat maakt deze speelse expo net de moeite waard. Je krijgt een Lee-inkijk, alsof je zijn werk in zijn eigen atelier ziet hangen, en dat is niet altijd een best-off… Voor hemzelf was het ook een verassing na al die jaren zijn ouder werk terug te zien en te ontdekken welke rode beeldende draad doorheen zijn werk is blijven zitten.

Zelfs een leek ziet dat deze kunstenaar iets met muziek heeft. Vinyl dat wordt bekrast en dan afgedrukt, beschilderde gitaren met in het ronde klankgat kleine video’s die afspelen. Ik zie nét iets teveel gitaren, maar ach, dat valt hem als muzikant te vergeven.

Of zo worden versterkers of tv’s ingesnoerd waarop we extracten van performances aanschouwen. Of zien we een draaiende lp, of twee platendraaiers met beschilderd vinyl die draaien. Soms is zijn beeldend werk wat te letterlijk op de rock’-n-roll gepint. Maar uiteindelijk wil hij alleen maar ‘toffe’ beelden maken en daar is niks mis mee.

We zien ook veel op de wand geschilderde muurteksten, maar die zijn lekker te pruimen.

Nog meer: zijn ‘constellatation drawings’, waarmee hij een tiental jaar geleden begon: prints gebasseerd op foto’s van de krant. En net omdat zo’n dagblad al ’s avonds in de kattenbak beland, vind hij het net boeiend om net die afbeeldingen zo een nieuwe betekenis te geven en tevens nieuw leven in te blazen.

De expo heeft een documentair kantje, maar die inkijk/evolutie des Lee’s werk is net fijn. Alleen de twee studentikoze naaktstudies had hij voor mijn part in de academie mogen laten hangen. (Sorry, Lee) Alhoewel, hoorde dat het zijn zelfportretten zijn, dat verandert misschien de zaak. (knipoogt)

De ruimte met intiemer werk, waar we als het ware een inkijk krijgen in flarden schetsboeken en aantekeningen allerhande, is heel geslaagd. En ook de Lost Highway-reeks staat zoals altijd als een huis … euh landschap!

Ontegensprekelijk zit ‘zijn’ muziek helemaal in de expo geworteld. Maar misschien ontbreken nog enkele elementen om diezelfde Sturm und Drang van een podium naar een doorgaans statige kunstplek te brengen. Maar wat een héérlijke creatieve niet aflatende geest blijkt die man te hebben!

Hebben we ‘KunstKunst’ gezien? Neen. Hebben we een fijne expo gezien? Ja! Fijne interessante tot echt goeie beelden? Ja! Willen we meer van dat? Ja! En waar ik nu even met de pet op sla, is anderzijds ook een element waar andere kunstenaars net een puntje aan kunnen zuigen: de speelsheid, de expressie, de spontaniteit.

Want beseffen sommige kunstenaars/galeriehouders/musea niet dat ze ons soms zo’n boring stuff in de strot duwen? Neen, dan ga ik liever naar dit zien: geen topkunst, wat slordig, puberaal zelfs – maar wie ben ik om dat te veroordelen, zelf eeuwige puber zijnde -, maar tenminste bezield! Een gemiste kans voor iedereen die het níet zag. En meer van dat!

Wie niet meer tot Menen geraakt, kan ondertussen zijn laatste studioalbum Electric Trim bij Mute Records beluisteren. En waarschijnlijk doet Lee Ranaldo met zijn groep The Dust ook snel Nederland aan. Of wie weet reist de expo verder tot over de grens?

sonicyouth.com/symu/lee/
jandhaese.be
menen.be/schippershof

Hilde Van Canneyt
Nog tot 17 dec 17, Museum ’t Schippershof, Waalvest 1, Menen (B).

ccdesteiger.be/nl/programma/tentoonstelling/lee-ranaldo-lost-ideas.html

Hilde Van Canneyt
About Hilde Van Canneyt 12 Articles
Hilde Van Canneyt is vooral gekend omwille van de talrijke interviews met bekende en minder bekende kunstenaars uit Vlaanderen en Nederland. Elke twee weken post ze een interview op hildevancanneyt.blogspot.com

Be the first to comment

Leave a Reply

Your email address will not be published.


*