Over Kerk en Kunst – Jesse Darling bij de Oude Kerk in Amsterdam


Meestal ben ik sceptisch over werken die in De Oude Kerk in Amsterdam te zien zijn; goede kunstenaars op een prachtige plek, maar om een of andere reden blijft het daarbij.

Met dit scepticisme liep ik ook de show van Jesse Darling bij De Oude Kerk in Amsterdam binnen, waar ik vervolgens meteen op mijn eigen tekortkomingen werd gewezen.
De ruimte van de oude kerk lijkt in een actieve transitie, een plek die onderweg is naar een nog onduidelijk doel.
Overal liggen hopen puin en staan er steigers waaruit bomen lijken te groeien. Kermislichten verlichten delen van de ruimte alsof een reizend circus net aankomt of juist weer op het punt staat te vertrekken.

En ik vraag me af waarom werkt dit zo fucking goed?!

In de video die te zien is in een van antichambres zie je Jesse en zijn team aan het werk in de kerk maar ook op het groene veld, een plek waar kunstenaars en de krakersgemeenschap samenkomen. De doe-het-zelfattitude van de groep sijpelt overal door in de expositie, objecten gevonden op straat vormen de beginselen van de werken van Darling in de expositie. Het puin dat maar al te bekend is voor de groep mensen die naar het groene veld is getrokken nadat ze uit hun krakersgemeenschap zijn gezet, doordrenkt de kerk en lijkt tussen de grafzerken door omhoog te komen.

De stad is in transitie en de oude kerk ook

Hierin ligt de schoonheid van het werk, het staat niet in contrast met de kerk. Het gebouw is niet een presentatieruimte, maar een plek waar het werk plaatsvindt. Een reflectie van het Amsterdam van nu, een plek van transitie, gentrificatie maar ook een plek van samenkomst. Nu net zoals toentertijd, wanneer/waar je dat woord ook mag plaatsen, een plek waar mensen samenkomen, een plek die de veranderingen van de maatschappij om haar heen plaats gaf. Zo werd er in de kerk niet alleen gedoopt en begraven maar kwamen er mensen samen, werd er handel gedreven maar was het vooral ook een ontmoetingsplek voor verschillende Amsterdamse gemeenschappen.

Darling heeft zich in de voorbereidingen voor deze expositie goed ingelezen in deze rijke geschiedenis.
Zo rijzen er uit het gestorte puin altaren van afgedankte materialen, grote figuren die verschillende vormen en gedaantes aannemen. Doeken die doen denken aan kerkvaandels blijken, wanneer men beter kijkt, gemaakt te zijn van industriële rollen poetsdoeken. Alsof ze uit een autogarage de kerk in zijn gerold. Een Afdekzeil dat geruisloos vanaf de vloer van de ruimte omhoog zweeft als een oude geest.
Altaren van afgedankte meubels, gevuld met lege olvarit potjes en wijnflessen om bloemen in te zetten.
De altaren zijn een directe referentie naar de geschiedenis van de kerk, waar in de middeleeuwen, toen de kerk nog katholiek was, zo’n 40 altaren stonden, elk voor andere heiligen, elk voor een ander publiek om te vereren.


Tussen het gestorte puin en de altaren voor goden die ik nog niet heb leren kennen moet ik denken aan de Onze Lieve Vrouwe op Zee, een kapel die door en voor zeevaarders aan het einde van de 15e eeuw werd gebouwd in de duinen van Schouwen-Duiveland. Vernield door de protestanten tijdens de beeldenstorm en vervolgens verzwolgen door de opstuivende duinen, af en toe, wanneer de wind de juiste richting op staat, kan men een stukje van de oude kapel boven de duinen uit zien komen. Alsof ze roept; hallo! ik ben er nog!
Een plek die nooit verdwijnt, maar ook nooit echt verschijnt. Een plek die stilstaat en toch ook contant in transitie is door het veranderende duinlandschap om haar heen.

Waar ooit zeevaarders uit verre landen om heil kwamen vragen, is ze nu omringd door toeristen en spelende kinderen. Nog altijd een plek van samenkomst.

Ergens in het werk van Darling waan ik me in de kapel verscholen in het binnenste van het duinlandschap, ik zie grassprietjes groeien in het puin, en wacht totdat het zand zover opstuift dat de buitenwereld weer even naar binnen kan kijken, en deze binnenwereld weer naar buiten stapt.

Het werk van Darling legt de veranderlijke natuur van de stad en dus ook het gebouw bloot. En ik denk dat juist dat het is wat maakt dat deze combinatie zo goed werkt. De planten die langzaam in het puin groeien fluisteren naar de overblijfselen van versieringen die ooit uit de kerk zijn verwijderd. De kermislichten schijnen op het graf van een persoon wiens naam allang vergeten is.
De samenkomst tussen het werk van Darling, de attitude van het groene veld en de locatie van de oude kerk is ongeforceerd, logisch, natuurlijk.

Samen spreken ze met dezelfde stem, vanuit het binnenste van een duin naar buiten observerend, een spiegel in de beste zin. Om af en toe zijn kop boven het zand uit te steken, en te laten zien; hey, ik ben er nog!

Godsworth van Jesse Darling is nog t/m 27 september te zien in De Oude Kerk in Amsterdam

Be the first to comment

Leave a Reply

Your email address will not be published.


*