Welkom in Holland

Rode Hoed: Skindeep #8 – Zwarte Kunst

Welkom in Holland, Rode Hoed: Skindeep #8 – Zwarte Kunst

Net terug in Amsterdam van mijn onderzoeksreis nodigt Clayde Menso, directeur Amerpodia (Rode Hoed, Compagnietheater, Felix Merites en De Nieuwe Liefde) me uit voor hun debat serie: Skindeep #8 Zwarte Kunst.

We gaan het er gewoon weer eens over hebben want het maken van een samenleving waarin alle burgers geaccepteerd worden en gelijkwaardig zijn blijkt wereldwijd en ook hier in Nederland moeilijk en gaat moeizaam. Hoe werken zwarte makers in een witte kunstwereld? Zijn ze vrij in hun creativiteit of worden hun keuzes ook bepaald door witte kijkers en kopers? Welke deuren blijven dicht – of gaan ze nu juist allemaal open, onder het mom van diversiteit/inclusiviteit? Serie host Stephanie Afrifa was ziek en Menso sprong in en ging in gesprek met zwarte kunstenaars over hun werk en hun verhaal, hoeveel ruimte er is voor zwarte makers in Nederland en hoe poortwachters die ruimte bepalen.

De grootste verassing? Menso ontpopt zich als de best ever moderator, werkelijk het best bewaarde geheim in het land! Ik wil alleen nog maar naar debatten die hij leidt!

Welkom in Holland, Rode Hoed: Skindeep #8 – Zwarte Kunst

Grootste open deur? Het lokale Stedelijk Museum Amsterdam dat toezegt deel te nemen aan het debat want inclusiviteit (iedereen meenemen en niet alleen maar middelbare witte mannen) staat bij hen, zeggen ze, hoog op de prioriteitenlijst. Dat komt toch niet helemaal tot uiting in hun beslissing om vervolgens een manager educatie en interpretatie te sturen.

advertentie(s)

 
Bizarre titel, manager interpretatie? Schravemaker legt uit dat dat betekent dat ze verantwoordelijk is voor de labels bij de kunstwerken in het museum. Nou wij in de zaal super blij natuurlijk want hoe fijn is het dat er iemand is die ons alles kan vertellen over het maken van labels in een museum?

Menso is on point. Educatie, interpretatie, het is hem om het even, ze zit hier, wat kan ze ons vertellen aan feitelijkheden?

Het management van SMA heeft het afgelopen jaar, zo vertelde ze, de 20 jaar geleden door Rick van de Ploeg op de agenda geplaatste Code Diversiteit in een heisessie met de hele staf daadwerkelijk gelezen. Het was een openbaring waar verder niets uitgekomen is maar de bedoeling is dat ze daar in de toekomst daar nog verder over na gaan denken.

Vol enthousiasme vertelt Schavemaker verder dat SMA dit jaar de Guerrilla Girls in het museum heeft uitgenodigd om de rol van vrouwelijke kunstenaars in het museum te bespreken, hear, hear! Gewoon veel meer werk van vrouwelijke kunstenaars aanschaffen en tentoonstellen is natuurlijk ook wel een beetje te radicaal. De girls, actueel in de jaren 80 van de vorige eeuw, stonden 25 jaar geleden buiten het SMA te demonstreren om destijds al het beleid en visie van het museum te bevragen. Nu in de volgende eeuw is het dan zover: ze mogen binnen. Schavemaker is duidelijk in haar nopjes met dit succes. Ik begrijp dat de girls, anno 2018, nog zonder looprekje op eigen gelegenheid naar het auditorium konden lopen. SMA mag dan geen trendsetter zijn ze volgen de trends wel. Zoals de Guerrilla Girls zelf ook aangaven is er in de kunstwereld naast een bizarre aandacht voor talentonwikkeling momenteel ook veel interesse in vrouwelijke 65 plussers in de kunst.

En wacht dit is nog niet alles, Schavemaker geeft aan dat in het personeelsbestand ook de nodige veranderingen zijn. We kennen natuurlijk allemaal al de beveiligers en zaalwachters die zijn zwart of zwart en vrouw, dat hoeft ze ons niet te vertellen, het krikt het diversiteit percentage in het personeelsbestand lekker op. Er zijn sinds het museum weer open is nu ook Blikopeners, jonge stagiaires die een vergoeding krijgen en die komen uit alle lagen van de samenleving. Sommigen zijn meisjes, sommigen hebben een kleurtje en sommigen allebei! Er is afgelopen jaar een programma voor rondleiders gelanceerd waarin ze niet alleen afgestudeerden van kunstopleidingen aannemen (hoger opgeleiden zijn blijkbaar allemaal wit) maar waarvoor ze vanaf dit jaar ook Marokkanen werven die dan een apart trainingstraject krijgen en rondleidingen in het Arabisch kunnen verzorgen.

Voor de rest ja moet Schavemaker op aandringen van Menso toegeven is het een wit middelbaar bolwerk. De staf, zeker curatoren en conservatoren, geeft Schavemaker aan, zitten er bijna allemaal wel 30 jaar en langer en hebben geen plannen voor vertrek. Dit is wel haar cue om te vertellen dat zij zelf wel een andere baan heeft, ze wordt directeur van het Amsterdam Museum. Lekker opportuun, dit panel is een goede kennismaking met wat nu haar nieuwe achterban moet worden. Ze benadrukt dat zij het helemaal anders gaat doen, zij weet hoe het wel moet verzekert ze ons. Waarvan akte, deze kritische achterban gaat je op de voet volgen.

En jawel het kan niet op vanavond, Schavemaker geeft ook nog aan dat SMA op aandringen van de omgeving dit jaar toch de Fair Practice Code moest ondertekenen die ze nu gaan implementeren. Ze werkten eerst naar volle tevredenheid volgens hun ‘eigen’ versie van wat fair was en dat gaf Schavemaker aan werkte heel goed voor het museum.

Verder vertelt ze dat de collectie van SMA / Gemeente Amsterdam dit jaar opnieuw is geïnventariseerd. De 90.000 werken bestaan voor 95% uit werken van witte Europese mannelijke kunstenaars, 4% van vrouwelijke kunstenaars en 1% van kunstenaars met een niet wit Europese achtergrond. In de collectie van een gemeente waar 100 vrouwen op de 98 mannen wonen en waar 51% van de bevolking allochtoon is, lijkt de reflectie van onze grootstedelijke samenleving hier behoorlijk zoek, zeg maar gerust is niet aanwezig.

We kunnen dus concluderen dat het management en staf in de afgelopen 20 – 40 jaar niet de vaardigheden in huis had en heeft om het museum een reflectie te laten zijn van de stad noch van wat er internationaal grootstedelijk gebeurt en om hun visie en bedrijfsvoering te kantelen zoals Schavemaker het zo mooi noemt.

Met een overigens voor Amsterdam realistisch acquisitiebudget van € 800.000 is het ook niet meer te doen om een inhaalslag te maken om internationaal nu gerenommeerde kunstenaars alsnog aan te kopen. De markt is daarvoor teveel veranderd, kunstenaars als Kerry James Marshall en Mark Bradford zijn net als de werken van Marlene Dumas en Rineke Dijkstra (gelukkig wel in de collectie) nu buiten ons bereik. Werken van deze kunstenaars zitten in de 1 miljoen plus prijsklasse. We hebben een eigentijdse Sandberg nodig. Iemand met de vinger aan de pols, met een vleugje roekeloosheid en durf, iemand die dit soort kunstenaars vindt voor ze doorbreken.

In de vragensessie met het publiek wordt geopperd een deel van de collectie te verkopen en die te herinvesteren voor het in balans brengen van de collectie met het huidig tijdbeeld. Schavemaker is snel om te zeggen dat dit niet kan, musea mogen geen werken verkopen, ze zijn met handen en voeten gebonden aan (inter)nationale codes. Dat lijkt raar, wellicht moeten SMA en de wethouder van cultuur in Amsterdam maar eens gaan praten met de directie van het museum in Gouda die hebben ervaring met het verkopen van werken uit de collectie. Dit museum is nog steeds lid van de Nederlandse museumvereniging en werd niet geroyeerd toen ze verkoop van werk gewoon tegen alles in doorgezet hebben en zo het museum overeind wist te houden. Best goede kans dat de museumvereniging van Nederland het SMA ook niet zal royeren, zelfs met de strengere regels nu. Regels zijn er om te blijven toetsen en te herzien. Bovendien is een deel van de collectie eigendom van de gemeente Amsterdam en beheert SMA alleen deze werken.

Als het inderdaad niet mogelijk is zit er niets anders op dan dat de eerstvolgende 90.000 werken die aangeschaft gaan worden vanaf nu alleen van vrouwelijke en/of niet-witte Europese, en/of LGBTQIA kunstenaars (ik denk die gooi ik er voor de toekomst maar vast bij) kunnen zijn. De in de media aangekondigde aanschaf van een werk van Raquel van Haver tikt in ieder geval 2 van de 3 boxen.

Welkom in Holland, Rode Hoed: Skindeep #8 – Zwarte Kunst

GASTEN:

Michael Middelkoop is een filmmaker die begon met het maken van films voor underground muzikanten en zich heeft ontwikkeld tot regisseur van jeugdseries voor televisie als Vakkenvullers het best bekeken programma in 2018 en videoclips voor de grote Nederlandse artiesten. Hij heeft een achtergrond in de reclamewereld, maar zijn laatste korte film Netflix & Chill leverde hem een plek op in de debuutcompetitie van het Nederlands Film Festival en op het prestigieuze Fantasia filmfestival in Montréal. Michael studeerde filmwetenschappen aan de universiteit van Amsterdam en brengt in zijn werk graag het normale en het absurde samen in één visuele wereld.

Kunstenaar Charl Landvreugd studeerde Fine Art & History of Art (joint honors) aan de Goldsmiths University in London. Met een Fulbright fellowship vervolgde hij zijn studie met Critical & Curatorial Studies aan Columbia universiteit in New York. Momenteel promoveert hij aan de Royal College of Art in London. Daarnaast is hij research fellow bij het Research Center for Material Culture and Deviant Practice bij het van Abbemuseum. Zijn praktijk omvat sculpturen, keramiek, video, fotografie, tentoonstellingen en hij schrijft over beeldende kunst. De focus in al zijn werken is het onderzoek naar de productie van Afro-subjectiviteit in het Nederlandse/Europese landschap. Zijn jeugd in migrantenstad Rotterdam vormde de basis voor zijn denken over culturele identiteit en gemeenschap.

Ira Kip groeide op in de culturele sector. Haar opleiding begon op de theater docentopleiding in Amsterdam waar ze zichzelf ontwikkelde als theatermaker. Ze studeerde af als regisseur aan de New School for Drama in New York, met een master in het regisseren en produceren van theater. In 2010 startte ze met haar tweelingzus Ayra Kip het kunsteducatieproject Art Rules, waarbij een internationaal kunstenaarsteam workshops aanbiedt aan jongeren op Aruba en Curaçao om hun talent te cultiveren en te inspireren. Ira’s eerste toneeltekst was getiteld She’Baltimore en legt huiselijk geweld in de LGBTQ-gemeenschap bloot. Het stuk werd door de burgemeester van Baltimore bekroond.

Zineb Seghrouchni leidt het programma internationalisering bij het Stimuleringsfonds Creatieve Industrie. Ze is geïnteresseerd in maatschappelijke vraagstukken vanuit een ruimtelijk en cultureel perspectief en zet zich in voor meer inclusieve steden en samenlevingen. Zineb studeerde bouwkunde aan de TU in Eindhoven, woonde voor haar afstuderen een jaar in Rio de Janeiro en werkte bij OKRA Landschapsarchitecten voor projecten in onder andere Moskou, Londen en Rotterdam. Als medeoprichter van Studio Papaver ontwikkelde ze nieuwe en alternatieve manieren van stedelijke ontwikkeling.

Margriet Schavemaker is Manager Educatie, Interpretatie en Publicaties van het Stedelijk Museum Amsterdam en hoogleraar Media en Kunst in de Museale Praktijk aan de UvA, een nieuwe leerstoel in samenwerking met het Stedelijk Museum.

Wil je het debat terug zien?

Sasha Dees
About Sasha Dees 193 Articles
Verbinder. Wereldburger; Onafhankelijk curator en producent; Focus op Internationaal, Innovatief, Inclusief en Interdisciplinair. Schrijft o.a. voor Trendbeheer, Africanah en ARC Magazine. www.sashadees.com

9 Comments

  1. De geur van een schuur vol stof, wat een heerlijk geschreven stuk Sasha. “duidelijk in haar nopjes met dit succes […] nog zonder looprekje” (Over de Guerilla Girls binnenhalen hearhear)

    In de video werpt Schavemaker nog de vraag op “hoe kan dit museum nog relevant zijn” waarop Menso stelt “de vraag stellen is haar beantwoorden.”

  2. hahaha Jeroen dus dat, een museum van moderne kunst van maken daar hebben ze expertise in en een goeie collectie waar je nog jaren tentoonstellingen mee kan maken. Allemaal historische museums rondom het museumplein in Amsterdam, in de tours een wandeling of rondvaart langs de grachten maakt dit af. Dan een nieuw fris hedendaags dynamisch museum voor hedendaagse kunsten… dat kan dan bij voorkeur in een andere stad dat is ook goed voor de verspreiding van toeristen!!! Wie bied???? Misschien wat extra geld naar het bonnefantenmuseum in Maastricht dat is volgens de big data het enige museum in Nederland wat in het netwerk van contemporary art zit dat er toe doet en wat bijdraagt om kunstenaars naar het MOMA te brengen…. Dagje Bonnefanten, drielandenpunt en vlaaien eten, is ook leuk tripje voor de toeristen die kunnen dan binnenkomen via Schiphol en Frankfurt?

  3. Fuchs heeft het indertijd nog geprobeerd. Avery Preesman, weet u nog? Maar ja, niemand zag er wat in. Raquel van de Havo vinden wij ook niet helemaal Stedelijk waardig. Het is niet de verf die voor gelaagdheid zorgt.

  4. Precies Galerie Sissingh af en toe iemand een tentoonstelling geven is symptoon bestrijding en getuigt niet van beleid of vissie niet bij Fuchs en nog steeds niet wellicht dat Ruff het probeerde (contract voor tentoonstelling met Raquel (en aantal anderen) komt uit haar tijd) maar dat zullen we nooit weten. Ik begrijp niet zo goed wat je wil zeggen met de opmerking over van Haver die zegt ook helemaal nergens dat het de de verf is die voor de gelaagdheid in haar werken zorgt? Ik weet wel dat je niet houd van haar werk dat had je al eens op een eerder artikel laten weten, dat kan natuurlijk kunst ervaren is subjectief.

  5. Sasha, hoe kun je nu 40 jaar na ‘Orientalism’ akkoord gaan met zo’n schilderkunstig gecodeerde, groteske, cartooneske en dus enigszins kinderlijke representatie van de sociaal-culturele en ethnische Ander en dat ook nog eens presenteren als een overwinning voor de diversiteitsagenda? Bij die gelaagdheid moet je trouwens tussen de regels doorlezen; de enige manier waarop ik van Raquel kan houden is doen alsof alles ironisch bedoeld is, doe ik bij Klibansky ook, maar ironie wordt niet meer onderwezen op de academies begrijp ik.

  6. Ik vind het vooral vreselijk dat er sinds WOII en de gevolgen daarvan -de wereld totaal is gaan veranderen op allerlei manieren maar inderdaad ook qua samenstelling van bevolking overal ter wereld in de verschillende landen- er nog steeds een diversiteits agenda nodig is en we het nog steeds over de ander / ‘het andere’ (meestal ook het mindere’ hebben. Ik stel dus inderdaad ter sprake dat het boxen tikt om van Haver te kiezen. Ik zou haar (en wie dan ook) graag in musea zou zien op basis van haar werk en dat de discussie ook daarover gaat en niet over dat ze Colombiaans is terwijl ze in werkelijkheid is geadopteerd als baby en opgegroeid in Hoorn met witte ouders (wat jij waarschijnlijk wel weet). Ze weet niets van Colombia of de cultuur van Colombia en juist alles over Nederland, en echt Nederland, niet Amsterdam maar Hoorn! Als volwassene na haar studie heeft ze zich al persoon ook verdiept in de problemen van de samenleving in Nederland en ook in de rest van de wereld (in haar geval Trinidad, Zimbabwe, Zuid Afrika, Nigeria) zoals vele andere kunstenaars uit Nederland dat doen en wat ook terug te zien is in de werken van die kunstenaars! Het is de media, kijkers en kunst professionals die werken met een ander erop zien, die “ongure” en “andere” plekken zien. Het zijn die mensen die het werk en wat ze zien plaatsen in een kader waar van Haver niet als kunstenaar uit Nederland gezien wordt maar uit Colombia (een land waar ze nog heen moet, wat ze nog niet aangedurft heeft). Van Haver schildert geen ander ze schildert mensen, ze schildert wat er is, ze schildert dagelijks leven dat doet ze als ze reist maar vooral ook in en over Nederland. Er zijn mensen in Nederland die nog steeds moeite hebben met te zien wat Nederlands zijn en het leven in Nederland anno 2018 is. Van Haver laat dat zien en doet ze inderdaad met een authentieke stijl, ironisch en uitvergroot en dat is alleen maar meer geworden naarmate de kijker maar niet wil zien wat ze schildert. Groter en groter naarmate de kijkers niet het inzicht hebben zichzelf te herkennen in de beeltenis als de persoon die je wellicht niet ziet in de beeltenis maar je wel voelt! De persoon die voorbij een dagelijks leven tafereel loopt, er schichtig naar kijkt de tas onder de arm geklemt! Het feit dat musea en media haar werk ook maar blijven plaatsen in een context van buiten Europa is veelzeggend en helpt ook niet om de kijker in de juiste frame naar de werken te laten kijken. Nu loop je in het museum en hoor je mensen die naar het werk kijken zeggen ja je ziet echt dat ze Colombiaans is, van Haver komt uit HOORN dat is de context waar ze in opgegroeid is, vanwaar ze haar leven verder is gaan leven! Waar we naar kijken als we naar haar werken kijken, zijn enorme ironische taferelen over onze onmacht in Europa om adequaat te reageren op de post-WOII samenleving die schrijvers als inderdaad de door jouw genoemde Said in “Orientalism” (1978) maar 25 jaar daarvoor ook Fanon al in Black Skin / White Masks (1952) aan de kaak stelden. 65 jaar, en wij falen om de diversiteitsagenda met pensioen te sturen!

  7. Die ironie komt anders niet echt uit de verf. Pas als je een krantenfoto ziet van bezoekers (zeg een middelbaar echtpaar uit Twente met een dagje vrij reizen) die naar zo’n drieluik in het Stedelijk staan te staren breekt bij mij iets van een lach door. Ik vraag mij bovendien af waarom die zombies op Van Haver’s schilderijen allemaal kleren van het merk Andrea Mantegna dragen, maar vooral verbaast mij de eindeloze herhaling van een nogal ééndimensionale thematiek die nergens een verbinding lijkt te vormen met wat er echt, anno hier en nu, aan de hand is. Ik bedoel: op één avond in Café Deutschland gebeurt meer dan in het zo bejubelde hele oeuvre van Raquel bij elkaar. En dan heb ik het nog niet over die erbarmelijke fotocollages, die ons iets zouden moeten vertellen over de sociale structuur van megalopolis Lagos, maar nog niet een begin van een inzicht in wat dan ook in zich dragen, hoogstens een (begrijpelijk) onvervuld verlangen naar een matriarchale samenleving. Precies wat Kate van KIRAC zegt: het gaat alleen maar daarover, er is geen ontsnappen mogelijk. PS Ken je Jasper de Beier’s Udongo? Zo kan het ook hoor GS

  8. Los van de sociologische humbug zijn het gewoon saaie brave kutschilderijen. Een verkeerd kleinburgerlijk begrepen internationalisme. Typerend voor Nederland zelf wat je op de keper beschouwd ook geen land kunt noemen eerder een bedrijf zoals Houellebecq opmerkt. Ze verkopen hun eigen moeder nog om er aan te verdienen en mee te gaan in de modieuze tijdgeest. Geen smaak simpel gezegd.

  9. Het is om gek van te worden. Het ergste is dat al die laffe kunstcritici zich muisstil houden. Vroeger had je nog Janneke Wesseling. Overigens heeft de BV Nederland hier minder mee te maken dan de noodlottige calvinistische wurggreep die ons maar naar de strot blijft vliegen, hoewel beide natuurlijk met elkaar samenhangen.

Leave a Reply

Your email address will not be published.


*